1. Van borstvoeding geven, krijg je hangborsten
Na de zwangerschap en bevalling worden borsten vaak wat slapper. Dat heeft te maken met het doormaken van een zwangerschap. Tijdens de zwangerschap groeit het klierweefsel in de borst, waardoor de borsten er groter en voller uit gaan zien. Na de borstvoedingsperiode komt het klierweefsel weer in een rustfase en neemt het vetweefsel toe. Bij sommige vrouwen worden de borsten dan kleiner, bij andere blijven ze wat groter en weer andere krijgen hun ‘oude’ borsten terug. Het maakt geen verschil of wel of geen borstvoeding wordt gegeven. Wel is het zo dat natuurlijk herstel het beste is en dat de veranderingen geleidelijker gaan als er borstvoeding wordt gegeven.
2. Flesvoeding is tegenwoordig net zo goed als borstvoeding
Flesvoeding is een alternatief voor borstvoeding, maar borstvoeding is beter. Er zitten afweerstoffen in die niet in flesvoeding zitten. Vooral het colostrum, de melk die moeders in de eerste paar dagen na de geboorte produceren, bevat grote hoeveelheden stoffen die beschermen tegen ziekten. Daarna is de hoeveelheid aan deze stoffen lager, maar omdat kinderen meer drinken, krijgen ze evenveel beschermende stoffen binnen als in het begin. Hoe langer borstvoeding wordt gegeven, hoe beter het is.
Bovendien zorgt huid-op-huid-contact bij borstvoeding voor de aanmaak van oxytocine, ook wel het ‘knuffelhormoon’ genoemd. Hierdoor wordt het kind, maar ook de moeder rustiger en ontspannen. Ook ervaren baby’s minder pijn, bijvoorbeeld wanneer zij een hielprik krijgen en direct er na borstvoeding krijgen.
3. Een kind krijgt via de borst te weinig voeding
Bij voeden op verzoek komt het bijna nooit voor dat een vrouw te weinig melk heeft voor haar baby. Als een kind telkens wordt aangelegd zodra het wil drinken, maakt het lichaam de hoeveelheid melk aan die nodig is.
4. Een vrouw die borstvoeding geeft, heeft geen zin in seks
Het moment waarop een vrouw weer zin krijgt in seks, wordt vooral bepaald door het verloop en het herstel van de bevalling. Borstvoeding geven kan soms juist de zinnen prikkelen: het hormoon oxytocine, dat vrij komt tijdens het voeden, speelt ook bij het vrijen een belangrijke rol.
5. Borstvoeding is niet te combineren met werk
Borstvoeding blijven geven als je weer gaat werken, is soms lastig maar zeker niet onmogelijk. In de Arbeidstijdenwet is vastgelegd dat een werkgever een geschikte ruimte beschikbaar moet stellen aan een vrouw die haar kind wil voeden of moedermelk wil afkolven. Tot het kind negen maanden is, mag een vrouw daar tot een kwart van haar werktijd aan besteden.
Als het kolven erg moeizaam gaat, is het ook een mogelijkheid om een aantal voedingen overdag te vervangen door flesvoeding en daarnaast borstvoeding te blijven geven. Het aantal voedingen dat een vrouw zelf kan blijven geven, is doorgaans veel groter dan het aantal voedingen dat in werktijd valt. Op die manier blijft het kind toch voor een groot deel profiteren van borstvoeding.
6. Als een vrouw weer gaat werken, loopt de borstvoeding terug
Veel vrouwen ervaren dat de borstvoeding terugloopt zodra ze weer gaan werken. Daar kunnen verschillende oorzaken voor zijn. Op zichzelf is de melkproductie niet zo gemakkelijk te verstoren. Wel kunnen stress bij de moeder, het scheiden van moeder en kind, ziekte of het wegvallen van de nachtvoedingen ertoe leiden dat de melkproductie terugloopt. Meer rust nemen, voldoende drinken en de baby vaak aanleggen wanneer je niet aan het werk bent, helpen de melkproductie op gang te houden.
7. Borstvoeding is een vrouwenzaak
Mannen ervaren borstvoeding vaak als een exclusief ‘vrouwending’, waar zij verder buiten staan. Toch is borstvoeding wel degelijk ook een mannenzaak. Mannen kunnen een belangrijke rol spelen bij het (blijven) geven van borstvoeding. Door erbij te zijn, door moeder en kind vast te leggen op foto of film en door praktische hulp te bieden, bijvoorbeeld het verschonen van de baby na de voeding, wat te drinken halen voor de moeder of het bezighouden van een ouder kind. Daarnaast is het belangrijk dat mannen de moeder mentale ondersteuning bieden, door waardering uit te spreken, aandacht te geven en de moeder gerust te stellen bij twijfel of het kind wel genoeg krijgt. Veel vrouwen hechten grote waarde aan de mening van hun partner als het gaat om keuzes maken rondom borstvoeding, zoals stoppen of doorgaan. Borstvoeding is het waard om er ook een mannenzaak van te maken: een natuurlijke investering in de gezondheid van moeder en kind en nog mooi om naar te kijken ook!
woensdag 14 december 2011
zaterdag 10 december 2011
Hechting
Een baby voelt dat er van hem of haar gehouden wordt. Door dat gevoel kan je baby zich goed ontwikkelen. Dat noemen we ook wel hechting.
Een goede hechting tussen moeder en kind draagt bij aan de gezondheid van een kind en aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het maakt dat een kind later in staat is om relaties aan te gaan. En om zichzelf lief te vinden. Dit vertrouwen maakt dat een kind later in het leven stress, angst en onveiligheid makkelijker kan verdragen.
Het klinkt allemaal ingewikkeld, maar wees gerust: in veel gevallen verloopt de hechting tussen moeder en kind vrijwel automatisch. Hormonen en instinct helpen je een heel eind op weg om je kind de geborgenheid te geven die het nodig heeft.
Zien, ruiken, horen en voelen
Zintuigen bepalen voor je baby de eerste maanden het contact met de buitenwereld. Vlak na de geboorte ziet je kind het verschil tussen licht en donker. Ronde vormen (je gezicht en je ogen) zijn vanaf het begin een boeiend studieonderwerp. Het helpt je kind om oogcontact te zoeken.
Na een week ziet een baby dingen scherp op 20 cm afstand. Wonderlijk genoeg is dat ook de afstand waarop de meeste moeders hun gezicht automatisch al houden als ze met hun kind bezig zijn. Dingen die dichterbij zijn of verderaf, zijn waziger.
Als je baby een maand of drie, drieënhalf is, ziet hij ongeveer zo goed als een volwassene. Tussen drie en zes maanden wordt zijn of haar blik nog scherper. Een pasgeboren baby herkent nog geen gezichten, maar gaat af op de geur en stem van zijn moeder.
Knuffelen
Je baby vindt niks heerlijker dan huid-op-huid-contact te maken. Je kunt dan ook niet genoeg knuffelen met je kind. Na negen maanden in jouw buik, is het wennen aan de buitenwereld. En waar kan dat beter dan onder een dekentje, naakt tegen de blote borst van papa of mama? Hij of zij hoort je geruststellende hartslag, een geluid dat bekend is vanuit de baarmoeder.
Via de huid maakt je baby het meeste contact met de wereld om zich heen. Het zogenaamde kangoeroeën of buidelen helpt de band tussen ouder en kind te versterken.
Praten met je baby
De eerste uren tot een dag na de bevalling hoort je kind nog niets, omdat er vruchtwater achter de trommelvliezen zit. Maar na drie dagen kan je baby al reageren als je zijn of haar naam zegt. Je stem is al bekend vanuit de baarmoeder. Wat je zegt maakt niet uit, maar de manier waarop je iets zegt wél. Baby’s reageren sterker op de hoge stem van hun moeder dan op de lage stem van papa.
Waarschijnlijk hoef je er geen enkele moeite voor te doen om op koedie-koedie-koedie-achtige manier met je baby te praten. En na een paar weken zal je baby gaan terugbrabbelen. Hoe meer je praat, hoe hechter jullie contact wordt.
Zingen
Ook als je denkt dat je niet kunt zingen: baby's vinden het heerlijk als je voor ze zingt! Geluiden die je kind in de baarmoeder heeft gehoord, zal hij of zij na de geboorte herkennen. Liedjes die je toen zong of draaide dus ook.
Troosten gaat vaak goed als je een kinderliedjes zingt en zachtjes wiegend heen en weer loopt. Leuke bijkomstigheid is dat de herhaling van deze liedjes je kind helpt bij zijn of haar taalontwikkeling.
Plezier in bad
Op een vast moment in bad gaan, zorgt ervoor dat de dag voorspelbaar wordt voor je kind. Maak er samen een feest van: blazen op zijn blote buik, alle lichaamsdelen aanwijzen, samen spetteren, zachtjes warm water over het ruggetje laten glijden en gezellig praten of zingen tijdens het aankleden.
Geef je kind de ruimte
Knuffelen en aanraken is belangrijk, maar het is net zo belangrijk dat je je kind soms ook even met rust laat en het de ruimte geeft. Dat je ziet dat hij of zij moe wordt en het op tijd naar bed brengt. Je baby even laten huilen zodat hij of zij spanning kwijt kan. Dat je stopt met spelen als je kind aangeeft dat het te veel is. Neem de tijd en de rust om de behoeftes van je kind te leren kennen.
Een goede hechting tussen moeder en kind draagt bij aan de gezondheid van een kind en aan de sociaal-emotionele ontwikkeling. Het maakt dat een kind later in staat is om relaties aan te gaan. En om zichzelf lief te vinden. Dit vertrouwen maakt dat een kind later in het leven stress, angst en onveiligheid makkelijker kan verdragen.
Het klinkt allemaal ingewikkeld, maar wees gerust: in veel gevallen verloopt de hechting tussen moeder en kind vrijwel automatisch. Hormonen en instinct helpen je een heel eind op weg om je kind de geborgenheid te geven die het nodig heeft.
Zien, ruiken, horen en voelen
Zintuigen bepalen voor je baby de eerste maanden het contact met de buitenwereld. Vlak na de geboorte ziet je kind het verschil tussen licht en donker. Ronde vormen (je gezicht en je ogen) zijn vanaf het begin een boeiend studieonderwerp. Het helpt je kind om oogcontact te zoeken.
Na een week ziet een baby dingen scherp op 20 cm afstand. Wonderlijk genoeg is dat ook de afstand waarop de meeste moeders hun gezicht automatisch al houden als ze met hun kind bezig zijn. Dingen die dichterbij zijn of verderaf, zijn waziger.
Als je baby een maand of drie, drieënhalf is, ziet hij ongeveer zo goed als een volwassene. Tussen drie en zes maanden wordt zijn of haar blik nog scherper. Een pasgeboren baby herkent nog geen gezichten, maar gaat af op de geur en stem van zijn moeder.
Knuffelen
Je baby vindt niks heerlijker dan huid-op-huid-contact te maken. Je kunt dan ook niet genoeg knuffelen met je kind. Na negen maanden in jouw buik, is het wennen aan de buitenwereld. En waar kan dat beter dan onder een dekentje, naakt tegen de blote borst van papa of mama? Hij of zij hoort je geruststellende hartslag, een geluid dat bekend is vanuit de baarmoeder.
Via de huid maakt je baby het meeste contact met de wereld om zich heen. Het zogenaamde kangoeroeën of buidelen helpt de band tussen ouder en kind te versterken.
Praten met je baby
De eerste uren tot een dag na de bevalling hoort je kind nog niets, omdat er vruchtwater achter de trommelvliezen zit. Maar na drie dagen kan je baby al reageren als je zijn of haar naam zegt. Je stem is al bekend vanuit de baarmoeder. Wat je zegt maakt niet uit, maar de manier waarop je iets zegt wél. Baby’s reageren sterker op de hoge stem van hun moeder dan op de lage stem van papa.
Waarschijnlijk hoef je er geen enkele moeite voor te doen om op koedie-koedie-koedie-achtige manier met je baby te praten. En na een paar weken zal je baby gaan terugbrabbelen. Hoe meer je praat, hoe hechter jullie contact wordt.
Zingen
Ook als je denkt dat je niet kunt zingen: baby's vinden het heerlijk als je voor ze zingt! Geluiden die je kind in de baarmoeder heeft gehoord, zal hij of zij na de geboorte herkennen. Liedjes die je toen zong of draaide dus ook.
Troosten gaat vaak goed als je een kinderliedjes zingt en zachtjes wiegend heen en weer loopt. Leuke bijkomstigheid is dat de herhaling van deze liedjes je kind helpt bij zijn of haar taalontwikkeling.
Plezier in bad
Op een vast moment in bad gaan, zorgt ervoor dat de dag voorspelbaar wordt voor je kind. Maak er samen een feest van: blazen op zijn blote buik, alle lichaamsdelen aanwijzen, samen spetteren, zachtjes warm water over het ruggetje laten glijden en gezellig praten of zingen tijdens het aankleden.
Geef je kind de ruimte
Knuffelen en aanraken is belangrijk, maar het is net zo belangrijk dat je je kind soms ook even met rust laat en het de ruimte geeft. Dat je ziet dat hij of zij moe wordt en het op tijd naar bed brengt. Je baby even laten huilen zodat hij of zij spanning kwijt kan. Dat je stopt met spelen als je kind aangeeft dat het te veel is. Neem de tijd en de rust om de behoeftes van je kind te leren kennen.
woensdag 7 december 2011
Babypraat
Babygebaren met je baby èn dreumes
Wil je je baby begrijpen? Je dreumes helpen zich te uiten? Babys kunnen nog niet praten, maar je kunt al wel met ze communiceren, met gebaren! Dit boek geeft heel veel voorbeelden van gebaren en tips over hoe je ze kunt gebruiken. Het motiveert ouders om met babypraat te beginnen en te ontdekken dat gebaren een grote ondersteuning kunnen zijn in de communicatie.
Het gebruiken van gebaren met jonge kinderen is niet moeilijk. Je hebt alleen je handen nodig en een beetje geduld. Met simpele handgebaren maken babys en dreumesen duidelijk wat ze willen of voelen. Door zelf ook op deze manier te communi-ceren leer je je kind dat hij met zijn handen kan zeggen wat hij met zijn mond nog niet (goed) kan.
In het boek is een uitgebreid gebarenwoordenboek opgenomen met duidelijke tekeningen en heldere aanwijzingen. Met Babypraat wordt communiceren met gebaren net zoiets vanzelfsprekends als praten, spelen, verzorgen, voeden en knuffelen.
Dit compacte boek met vele kleurenfoto's en zwart-wittekeningen probeert de communicatie tussen volwassene en baby gemakkelijker te maken. Met gebaren die woorden ondersteunen, leer je je baby (of peuter tot ca. 2 jaar) zich te uiten met gebaren. Op deze wijze kan het kind duidelijk maken wat het wil zonder woorden te gebruiken. Het kind is volgens de schrijfster eerder in staat om zich in gebaar te uiten dan in woord.
Elk hoofdstuk is onderverdeeld in duidelijke paragrafen doordat er gebruik gemaakt wordt van gekleurde tussenkopjes. Dit bevordert de overzichtelijkheid. Ook de korte samenvattingen, gegeven in gekleurde kaders, dragen hiertoe bij. Met een korte lijst van websites voor verdere informatie. De schrijfster heeft in Leiden gezinspedagogiek gestudeerd. Zij paste de technieken van babypraat ook toe bij haar eigen kinderen, dus schrijft ze tevens uit eigen ervaring.
Wil je je baby begrijpen? Je dreumes helpen zich te uiten? Babys kunnen nog niet praten, maar je kunt al wel met ze communiceren, met gebaren! Dit boek geeft heel veel voorbeelden van gebaren en tips over hoe je ze kunt gebruiken. Het motiveert ouders om met babypraat te beginnen en te ontdekken dat gebaren een grote ondersteuning kunnen zijn in de communicatie.
Het gebruiken van gebaren met jonge kinderen is niet moeilijk. Je hebt alleen je handen nodig en een beetje geduld. Met simpele handgebaren maken babys en dreumesen duidelijk wat ze willen of voelen. Door zelf ook op deze manier te communi-ceren leer je je kind dat hij met zijn handen kan zeggen wat hij met zijn mond nog niet (goed) kan.
In het boek is een uitgebreid gebarenwoordenboek opgenomen met duidelijke tekeningen en heldere aanwijzingen. Met Babypraat wordt communiceren met gebaren net zoiets vanzelfsprekends als praten, spelen, verzorgen, voeden en knuffelen.
Dit compacte boek met vele kleurenfoto's en zwart-wittekeningen probeert de communicatie tussen volwassene en baby gemakkelijker te maken. Met gebaren die woorden ondersteunen, leer je je baby (of peuter tot ca. 2 jaar) zich te uiten met gebaren. Op deze wijze kan het kind duidelijk maken wat het wil zonder woorden te gebruiken. Het kind is volgens de schrijfster eerder in staat om zich in gebaar te uiten dan in woord.
Elk hoofdstuk is onderverdeeld in duidelijke paragrafen doordat er gebruik gemaakt wordt van gekleurde tussenkopjes. Dit bevordert de overzichtelijkheid. Ook de korte samenvattingen, gegeven in gekleurde kaders, dragen hiertoe bij. Met een korte lijst van websites voor verdere informatie. De schrijfster heeft in Leiden gezinspedagogiek gestudeerd. Zij paste de technieken van babypraat ook toe bij haar eigen kinderen, dus schrijft ze tevens uit eigen ervaring.
maandag 5 december 2011
Het sociale leven van baby's
en de spectaculaire groei van de hersenen in het eerste levensjaar
In het eerste levensjaar ontwikkelt een mens zich in een tempo dat later in zijn leven niet meer zal voorkomen. Het is vooral heel bijzonder om te merken dat een baby in die periode een scala aan mogelijkheden ontwikkelt om contact met anderen te krijgen. Ze gaat lachen, probeert te praten, oogcontact maken en raakt gehecht aan haar ouders. In diezelfde periode groeien de hersenen spectaculair: ze worden ongeveer drie keer zo groot.
De afgelopen jaren heeft baanbrekend onderzoek allerlei nieuwe inzichten opgeleverd over de relatie tussen de groei van de hersenen en de ontwikkeling van het sociale leven van de baby. Hoe verloopt de ontwikkeling van het babybrein? Waarom is het zo belangrijk dat bepaalde verbindingen ontstaan? Welke hersengebieden maken een baby sociaal? Minstens zo interessant is hoe de verschillen tussen baby's ontstaan, want niet iedereen ontwikkelt zich gelijk. Wat maakt de ene baby gemakkelijker of moeilijker in de omgang dan de andere? Maakt het nog uit welke genen een baby heeft? En wat gebeurt er als de normale ontwikkeling wordt verstoord?
Het sociale leven van baby's bevat bruikbare adviezen voor ouders over hoe ze voor en na de bevalling de hersenontwikkeling van hun baby kunnen stimuleren. De biologische achtergrond van deze adviezen wordt door Kemner op heldere wijze verwoord.
René Kahn over 'Het sociale leven van baby's: "Een fascinerend en lekker lezend boek over het grootste overgebleven raadsel van de hersenen: hoe ontwikkelt een baby zich tot een sociaal mens?De razendsnelle ontwikkeling in het eerste levensjaar is het gevolg van een complexe samenhang tussen de invloed van de omgeving - meestal de ouders- en het brein. Als iemand kan uitleggen hoe dat werkt, is het Chantal Kemner wel die tot de meest inventieve onderzoekers op dit gebied behoort."
In het eerste levensjaar ontwikkelt een mens zich in een tempo dat later in zijn leven niet meer zal voorkomen. Het is vooral heel bijzonder om te merken dat een baby in die periode een scala aan mogelijkheden ontwikkelt om contact met anderen te krijgen. Ze gaat lachen, probeert te praten, oogcontact maken en raakt gehecht aan haar ouders. In diezelfde periode groeien de hersenen spectaculair: ze worden ongeveer drie keer zo groot.
De afgelopen jaren heeft baanbrekend onderzoek allerlei nieuwe inzichten opgeleverd over de relatie tussen de groei van de hersenen en de ontwikkeling van het sociale leven van de baby. Hoe verloopt de ontwikkeling van het babybrein? Waarom is het zo belangrijk dat bepaalde verbindingen ontstaan? Welke hersengebieden maken een baby sociaal? Minstens zo interessant is hoe de verschillen tussen baby's ontstaan, want niet iedereen ontwikkelt zich gelijk. Wat maakt de ene baby gemakkelijker of moeilijker in de omgang dan de andere? Maakt het nog uit welke genen een baby heeft? En wat gebeurt er als de normale ontwikkeling wordt verstoord?
Het sociale leven van baby's bevat bruikbare adviezen voor ouders over hoe ze voor en na de bevalling de hersenontwikkeling van hun baby kunnen stimuleren. De biologische achtergrond van deze adviezen wordt door Kemner op heldere wijze verwoord.
René Kahn over 'Het sociale leven van baby's: "Een fascinerend en lekker lezend boek over het grootste overgebleven raadsel van de hersenen: hoe ontwikkelt een baby zich tot een sociaal mens?De razendsnelle ontwikkeling in het eerste levensjaar is het gevolg van een complexe samenhang tussen de invloed van de omgeving - meestal de ouders- en het brein. Als iemand kan uitleggen hoe dat werkt, is het Chantal Kemner wel die tot de meest inventieve onderzoekers op dit gebied behoort."
maandag 24 oktober 2011
De eerste weken van het ouderschap
Het ouderschap bestaat voor een groot deel uit leren loslaten. Dit grote loslaten begint al bij de geboorte. Nadat je negen maanden lang alles voor je kindje hebt kunnen doen, moet je het voldoende los durven laten om het zelf te laten ademen en meteen daarna zelf te laten eten.
Het ademen is iets waar de meeste ouders gelukkig niet bij stil hoeven te staan, het gaat meestal zonder problemen vanzelf.
Maar met het eten ligt dit even anders. Wanneer er wordt gekozen voor flesvoeding dan moet er eerst gezocht worden naar de juiste fles, de juiste speen, de juiste voeding en de juiste hoeveelheid. Ik heb zelf nooit flesvoeding gegeven en kan er dus niet uit eigen ervaring over meepraten. Maar ik heb wel vele verhalen gehoord van andere moeders. Spugen, krampjes, verstopping, de problemen waren niet te tellen. Maar eerlijk is eerlijk, je moet je hierbij wel realiseren dat een moeder die zonder problemen flesvoeding geeft niet klaagt en je de positieve verhalen dus veel minder hoort. Toch zou menig moeder volgens mij de navelstreng nog wel even intact willen laten om zo die eerste week nog wat bij te kunnen voeden, zodat rustig uitgevonden kan worden wat de beste voeding is voor hun kind.
Ikzelf geef borstvoeding en daarbij komen weer hele andere zaken aanbod. Zo'n beetje iedere moeder twijfelt in het begin: 'krijgt mijn kindje wel voldoende binnen, is mijn melk wel goed?'. Want, tja, een borst is niet uitgevoerd met een maat erop, dus je weet nooit hoeveel je kindje gedronken heeft. Vroeger werd hiervoor de weegschaal gebruikt. Gelukkig is deze methode afgeschaft, want dit zorgde alleen maar voor een hoop onnodige zorgen. De criteria zijn nu, is je kind tevreden en plast het goed, dan krijgt het genoeg te drinken. En dus moet je er als moeder maar op vertrouwen dat het goed gaat (wat het ook altijd doet) en je zoon of dochter een beetje loslaten, er op vertrouwen dat hij of zij zelf zorg kan dragen voor zijn of haar eigen groei.
Als kersverse moeder ging ik er vanuit dat mijn kindje wel zou weten hoe drinken uit de borst moest. Vaak genoeg had ik jonge poesjes meteen na de geboorte richting mama's buik zien schuifelen om daar zonder enige hulp een tepeltje te pakken en vol genoegen te gaan drinken. Maar bij mensenbaby’s bleek dit toch even anders.
De eerste dagen was ik soms een kwartier bezig voordat ik mijn dochtertje goed aangelegd had. Zij was in het begin van mening dat alleen mijn tepel meer dan genoeg was voor haar kleine mondje, terwijl mij door iedereen op het hard gedrukt was dat ze zo niet goed kon drinken en ik tepelkloven zou krijgen.
Maar wanneer moeder en kind het dan onder de knie hebben dan vind ik borstvoeding echt een uitkomst. Altijd beschikbaar (tenminste als alles goed gaat), altijd op temperatuur en altijd de goede samenstelling, ideaal.
Beschikbaarheid is een groot goed. Iedere ouder weet dat niet alles altijd loopt zoals je verwacht had. Plotseling kan je niet naar huis op een moment dat je dat wel gewild en gepland had. En daar zit je dan met een huilend kind met honger. Met borstvoeding is dat geen probleem. Je moet enkel even een rustig plekje vinden om te zitten en klaar ben je.
En beschikbaarheid is ook erg makkelijk bij ongeduldige baby'tjes. Sommige kindertjes willen eten, van het ene op het andere moment. Als er dan eerst nog een fles opgewarmd moet worden kan dit heel wat vragen van het geduld van zowel de ouders als het kind. Het kind denkt: 'Ik heb honger waarom snappen ze dat nou niet' en de ouder denkt: 'Ik ben toch voor je bezig, heb nou even geduld.'
Nee, eerlijk is eerlijk, zo'n fles lijkt mij persoonlijk maar niets. En wat is er nou intiemer dan je kindje dicht tegen je aan met zijn of haar neusje in je borst.
Na een maand gaat je kindje dan op de weegschaal en krijg je de verlossende woorden te horen. Wat je allang wist, want je kind at goed, plaste goed en was levendig en tevreden, wordt bevestigd, je zoon of dochter is voldoende aangekomen.
Toch, sommige kinderen komen de eerste maanden weinig aan, andere juist vrij veel, dus ook hierin vindt de prille moeder weinig houvast. Het enige houvast wat echt betrouwbaar is, is het moedergevoel (of vadergevoel), hetgeen zeer onderschat wordt. En met dit gebrek aan houvast komen we weer terug bij het leren loslaten.
Het volgende punt waarop losgelaten moet worden is slapen. Veel ouders nemen hun kindje de eerste dagen bij zich in bed omdat ze dit een rustig idee vinden. Andere ouders vinden dit juist een doodeng idee en leggen hun kindje meteen in de wieg.
Hoe dan ook, ik denk dat er maar weinig ouders zijn die niet even bij hun zoontje of dochtertje gaan kijken tussen de voedingen door. Ligt hij of zij goed, is het niet te koud of te warm in de kamer en soms ook de angstige vraag: ademt mijn kindje nog. Maar na een paar weken is dit slapen de normaalste zaak van de wereld en heb je ongemerkt weer een beetje los gelaten. Tot de eerste keer dan je baby'tje ziek wordt. Plotseling sta je 's nacht weer aan zijn of haar bed of slaapt je kindje weer bij je in bed, check je de ademhaling 's nachts weer (vooral bij een verstopte neus). En ook hier moet je als ouder weer leren loslaten, leren vertrouwen op het kunnen van je kind, ook als het ziek is.
Ademen, eten, drinken, slapen, het lijkt zo vanzelfsprekend en dat is het zeker ook. Maar toch is het voor de meeste ouders de eerste kennismaking met een proces wat een leven lang gaat duren. Het proces van de steeds groeiende zelfstandigheid.
Het ademen is iets waar de meeste ouders gelukkig niet bij stil hoeven te staan, het gaat meestal zonder problemen vanzelf.
Maar met het eten ligt dit even anders. Wanneer er wordt gekozen voor flesvoeding dan moet er eerst gezocht worden naar de juiste fles, de juiste speen, de juiste voeding en de juiste hoeveelheid. Ik heb zelf nooit flesvoeding gegeven en kan er dus niet uit eigen ervaring over meepraten. Maar ik heb wel vele verhalen gehoord van andere moeders. Spugen, krampjes, verstopping, de problemen waren niet te tellen. Maar eerlijk is eerlijk, je moet je hierbij wel realiseren dat een moeder die zonder problemen flesvoeding geeft niet klaagt en je de positieve verhalen dus veel minder hoort. Toch zou menig moeder volgens mij de navelstreng nog wel even intact willen laten om zo die eerste week nog wat bij te kunnen voeden, zodat rustig uitgevonden kan worden wat de beste voeding is voor hun kind.
Ikzelf geef borstvoeding en daarbij komen weer hele andere zaken aanbod. Zo'n beetje iedere moeder twijfelt in het begin: 'krijgt mijn kindje wel voldoende binnen, is mijn melk wel goed?'. Want, tja, een borst is niet uitgevoerd met een maat erop, dus je weet nooit hoeveel je kindje gedronken heeft. Vroeger werd hiervoor de weegschaal gebruikt. Gelukkig is deze methode afgeschaft, want dit zorgde alleen maar voor een hoop onnodige zorgen. De criteria zijn nu, is je kind tevreden en plast het goed, dan krijgt het genoeg te drinken. En dus moet je er als moeder maar op vertrouwen dat het goed gaat (wat het ook altijd doet) en je zoon of dochter een beetje loslaten, er op vertrouwen dat hij of zij zelf zorg kan dragen voor zijn of haar eigen groei.
Als kersverse moeder ging ik er vanuit dat mijn kindje wel zou weten hoe drinken uit de borst moest. Vaak genoeg had ik jonge poesjes meteen na de geboorte richting mama's buik zien schuifelen om daar zonder enige hulp een tepeltje te pakken en vol genoegen te gaan drinken. Maar bij mensenbaby’s bleek dit toch even anders.
De eerste dagen was ik soms een kwartier bezig voordat ik mijn dochtertje goed aangelegd had. Zij was in het begin van mening dat alleen mijn tepel meer dan genoeg was voor haar kleine mondje, terwijl mij door iedereen op het hard gedrukt was dat ze zo niet goed kon drinken en ik tepelkloven zou krijgen.
Maar wanneer moeder en kind het dan onder de knie hebben dan vind ik borstvoeding echt een uitkomst. Altijd beschikbaar (tenminste als alles goed gaat), altijd op temperatuur en altijd de goede samenstelling, ideaal.
Beschikbaarheid is een groot goed. Iedere ouder weet dat niet alles altijd loopt zoals je verwacht had. Plotseling kan je niet naar huis op een moment dat je dat wel gewild en gepland had. En daar zit je dan met een huilend kind met honger. Met borstvoeding is dat geen probleem. Je moet enkel even een rustig plekje vinden om te zitten en klaar ben je.
En beschikbaarheid is ook erg makkelijk bij ongeduldige baby'tjes. Sommige kindertjes willen eten, van het ene op het andere moment. Als er dan eerst nog een fles opgewarmd moet worden kan dit heel wat vragen van het geduld van zowel de ouders als het kind. Het kind denkt: 'Ik heb honger waarom snappen ze dat nou niet' en de ouder denkt: 'Ik ben toch voor je bezig, heb nou even geduld.'
Nee, eerlijk is eerlijk, zo'n fles lijkt mij persoonlijk maar niets. En wat is er nou intiemer dan je kindje dicht tegen je aan met zijn of haar neusje in je borst.
Na een maand gaat je kindje dan op de weegschaal en krijg je de verlossende woorden te horen. Wat je allang wist, want je kind at goed, plaste goed en was levendig en tevreden, wordt bevestigd, je zoon of dochter is voldoende aangekomen.
Toch, sommige kinderen komen de eerste maanden weinig aan, andere juist vrij veel, dus ook hierin vindt de prille moeder weinig houvast. Het enige houvast wat echt betrouwbaar is, is het moedergevoel (of vadergevoel), hetgeen zeer onderschat wordt. En met dit gebrek aan houvast komen we weer terug bij het leren loslaten.
Het volgende punt waarop losgelaten moet worden is slapen. Veel ouders nemen hun kindje de eerste dagen bij zich in bed omdat ze dit een rustig idee vinden. Andere ouders vinden dit juist een doodeng idee en leggen hun kindje meteen in de wieg.
Hoe dan ook, ik denk dat er maar weinig ouders zijn die niet even bij hun zoontje of dochtertje gaan kijken tussen de voedingen door. Ligt hij of zij goed, is het niet te koud of te warm in de kamer en soms ook de angstige vraag: ademt mijn kindje nog. Maar na een paar weken is dit slapen de normaalste zaak van de wereld en heb je ongemerkt weer een beetje los gelaten. Tot de eerste keer dan je baby'tje ziek wordt. Plotseling sta je 's nacht weer aan zijn of haar bed of slaapt je kindje weer bij je in bed, check je de ademhaling 's nachts weer (vooral bij een verstopte neus). En ook hier moet je als ouder weer leren loslaten, leren vertrouwen op het kunnen van je kind, ook als het ziek is.
Ademen, eten, drinken, slapen, het lijkt zo vanzelfsprekend en dat is het zeker ook. Maar toch is het voor de meeste ouders de eerste kennismaking met een proces wat een leven lang gaat duren. Het proces van de steeds groeiende zelfstandigheid.
Liesbeth Vogel
www.opvoedadvies.nl
www.opvoedadvies.nl
zondag 23 oktober 2011
Boek: "MindfulMama" door Iris Bouwman
Mindfulness is 'Genieten van het NU' denken veel mensen. Als dit moment een leuk moment is, dan is dat meegenomen. Geniet je van een moment met je kinderen, dan is dat natuurlijk extra fijn. Maar Genieten is geen voorwaarde voor mindfulness. Je bent juist mindful als je je gevoelens kunt toelaten als je bijvoorbeeld boos of verdrietig bent en ze niet probeert weg te krijgen. Gevoelens wegduwen kost een heleboel energie en kan je een gestrest gevoel bezorgen. Je zou kunnen zeggen dat echt aanwezig zijn in het moment voldoende is voor mindfulness. Het geeft je de mogelijkheid om blij te zijn met mooie dingen, en om verdrietig te zijn op verdrietige momenten. Genieten is dus geen noodzakelijke voorwaarde. Mindfulness betekent: Leven in het NU!
Voordelen van mindfulness:
Volledige aandacht voor je kinderen, partner en de dingen die je doet
Rust ervaren in ieder moment van de dag, dus ook in de hectiek
Meer geduld
Minder stress
Iris Bouwman: "Ik kwam erachter dat ik niet de enige mama was die wel wat rust kon gebruiken, en met het boek Mindfulmama wil ik mijn ervaringen met mindfulness met andere mama's delen. Hoe blijf je bijvoorbeeld rustig tijdens het ochtendritueel en ga je om met het vooruitzicht van 6 weken schoolvakantie? Het komt allemaal aan bod in het boek."
Recensies:
Weer een boek over mindfulness? Ja, maar dit boek is wel heel erg praktisch en prettig leesbaar. Iris Bouwman schrijft met de nodige humor en fijne relativeringen. Bijna iedere pagina heeft een 'gut-ja-zo-had-ik-het-nog-nooit-bekeken' effect.
J/M voor Ouders
Dit boek biedt praktische tips en oefeningen om nu eens écht meer rust in je leven te creëren, zonder dat je daar van alles voor hoeft te doen....!
Mind Magazine
zaterdag 22 oktober 2011
7 Peuterproblemen & oplossingen
De peutertijd is leuk, maar kan ook voor een hoop frustratie zorgen. Zowel voor jou als je kind. Maar geen paniek. Wij hebben de meest voorkomende peuterproblemen en de oplossingen voor je op een rijtje gezet.
1) Niet slapen
Dit is één van de meest voorkomende gedragsproblemen bij peuters, niet willen slapen. De oorzaak kan liggen in dat je kind zich alleen voelt in zijn eigen bedje, te veel prikkels heeft gekregen gedurende de dag of hij wil onafhankelijk zijn en zegt graag ‘nee’.
Wat te doen?
Wat de oorzaak ook is, een vast bedritueel kan de oplossing zijn. Lees samen rustig een boekje, knuffel wat, misschien nog wat drinken. Veel kinderen genieten van het naar-bed-ritueel. Op dat moment heeft je kind je voor zichzelf alleen en krijgt hij alle aandacht. Ook heeft het als voordeel dat je kind zich kan voorbereiden op het feit dat hij over een half uurtje op bed ligt.
2) Niet eten
Na niet willen slapen, zorgt het niet willen eten vaak voor frustratie. Het is logisch dat je kind minder eetlust heeft, omdat hij minder hard groeit dan toen hij baby was. Bovendien zijn de meeste peuters erg beweeglijk en kost het hen veel moeite om lang aan tafel te blijven zitten. Let op: geef het niet eten van je kind niet al te veel aandacht. Je loopt het risico dat je kind het niet eten, gebruikt om aandacht te krijgen.
Wat te doen?
Je kind onder druk zetten om toch te eten, is geen oplossing. Het is niet goed als je kind denkt dat hij moet eten om aardig gevonden te worden of om negatieve gevoelens weg te nemen. Wel kun je je kind prijzen omdat het zo netjes eet of aan tafel blijft zitten. Ga ook geen machtsstrijd aan. Haal als je kind niet eet na vijf minuten zijn bord weg zonder verder commentaar. Geef hem tot de volgende maaltijd niets anders te eten. Na één of twee maaltijden overslaan, beginnen de meeste kinderen vanzelf te eten.
3) Ruziemaken
Als broertjes en zusjes ruziemaken heeft dat vaak te maken met rivaliteit. Je peuter denkt dat de jongste meer aandacht krijgt en gaat ruzie zoeken om ook aandacht te krijgen. Negatieve aandacht is ook aandacht.
Wat te doen?
Zorg ervoor dat je kinderen even veel aandacht krijgen. Als je peuter de oudste is, prijs hem dan als grote broer. Geef hem een knuffel als hij zich goed gedraagt en negeer negatief gedrag. Zo leert je peuter dat hij meer aandacht krijgt als hij zich lief gedraagt, dan als hij ruzie zoekt.
Mama en Zo tip: Meer lezen over ruziemakende kids en hoe je ermee dealt? Lees dan ons artikel overruziënde broertjes en zusjes.
4) Driftbuien
Je peuter wordt hysterisch middenin de supermarkt of loopt krijsend met je mee over straat. Driftbuien komen ineens op, maar kunnen dus ook net zo snel weer verdwijnen.
Wat te doen?
Deze uitbarstingen totaal negeren, is de beste oplossing. Hoe moeilijk dit soms ook kan zijn. Probeer je kind af te leiden met iets simpels. Vraag bijvoorbeeld waar z’n favoriete speelgoed is.
5) Overmatig huilen
Alle kinderen huilen en eigenlijk altijd om een reden. Naast dat er echt iets is, huilen ze vaak om aandacht. Als je peuter overmatig huilt, besteed hier dan aandacht aan. Het huilen heeft dan een achterliggende, diepere reden. Het is belangrijker te weten waarom je kind huilt, dan het proberen te stoppen.
Wat te doen?
Vraag aan je peuter wat er is en neem het antwoord altijd serieus hoe gek het jou ook in de oren klinkt. De belevingswereld van je kind is erg anders dan die van jou. Als je denkt dat je kind zich vaak verdrietig of bang voelt, voel dan met hem mee. Kijk ook of je kind geen pijn heeft, doordat hij vaak aan z’n hoofd of buik zit als hij huilt.
6) Slaan en bijten
Peuters hebben hun emoties nog lang niet onder controle. Zo kan het ook zomaar voorkomen dat je kind, tijdens een uitbarsting, gaat slaan of bijten.
Wat te doen?
Maak hem meteen duidelijk dat je zijn gedrag niet accepteert. Wees streng maar gebruik nooit zelf geweld. Probeer een time-out en leg hem uit waarom hij deze krijgt. Vertel hem na deze time-out dat je van hem houdt en dat je trots op hem bent als hij niet slaat of bijt.
7) Alles zelf doen
Je peuter voelt zichzelf al heel groot en wil graag alles zelf doen. Moet je hem zijn gang maar laten gaan of bijsturen?
Wat te doen?
Gebruik je gezonde verstand. Je weet zelf het beste of je kind iets alleen kan of niet. Zorg dat je in de buurt bent om te helpen, maar neem hem niet alles uit handen. Dit zorgt bij je peuter voor frustratie, waardoor jij met een driftbui zit. Als iets gevaarlijk is, zeg je duidelijk ‘nee’, want veiligheid gaat altijd voor.
Dit is één van de meest voorkomende gedragsproblemen bij peuters, niet willen slapen. De oorzaak kan liggen in dat je kind zich alleen voelt in zijn eigen bedje, te veel prikkels heeft gekregen gedurende de dag of hij wil onafhankelijk zijn en zegt graag ‘nee’.
Wat te doen?
Wat de oorzaak ook is, een vast bedritueel kan de oplossing zijn. Lees samen rustig een boekje, knuffel wat, misschien nog wat drinken. Veel kinderen genieten van het naar-bed-ritueel. Op dat moment heeft je kind je voor zichzelf alleen en krijgt hij alle aandacht. Ook heeft het als voordeel dat je kind zich kan voorbereiden op het feit dat hij over een half uurtje op bed ligt.
2) Niet eten
Na niet willen slapen, zorgt het niet willen eten vaak voor frustratie. Het is logisch dat je kind minder eetlust heeft, omdat hij minder hard groeit dan toen hij baby was. Bovendien zijn de meeste peuters erg beweeglijk en kost het hen veel moeite om lang aan tafel te blijven zitten. Let op: geef het niet eten van je kind niet al te veel aandacht. Je loopt het risico dat je kind het niet eten, gebruikt om aandacht te krijgen.
Wat te doen?
Je kind onder druk zetten om toch te eten, is geen oplossing. Het is niet goed als je kind denkt dat hij moet eten om aardig gevonden te worden of om negatieve gevoelens weg te nemen. Wel kun je je kind prijzen omdat het zo netjes eet of aan tafel blijft zitten. Ga ook geen machtsstrijd aan. Haal als je kind niet eet na vijf minuten zijn bord weg zonder verder commentaar. Geef hem tot de volgende maaltijd niets anders te eten. Na één of twee maaltijden overslaan, beginnen de meeste kinderen vanzelf te eten.
3) Ruziemaken
Als broertjes en zusjes ruziemaken heeft dat vaak te maken met rivaliteit. Je peuter denkt dat de jongste meer aandacht krijgt en gaat ruzie zoeken om ook aandacht te krijgen. Negatieve aandacht is ook aandacht.
Wat te doen?
Zorg ervoor dat je kinderen even veel aandacht krijgen. Als je peuter de oudste is, prijs hem dan als grote broer. Geef hem een knuffel als hij zich goed gedraagt en negeer negatief gedrag. Zo leert je peuter dat hij meer aandacht krijgt als hij zich lief gedraagt, dan als hij ruzie zoekt.
Mama en Zo tip: Meer lezen over ruziemakende kids en hoe je ermee dealt? Lees dan ons artikel overruziënde broertjes en zusjes.
4) Driftbuien
Je peuter wordt hysterisch middenin de supermarkt of loopt krijsend met je mee over straat. Driftbuien komen ineens op, maar kunnen dus ook net zo snel weer verdwijnen.
Wat te doen?
Deze uitbarstingen totaal negeren, is de beste oplossing. Hoe moeilijk dit soms ook kan zijn. Probeer je kind af te leiden met iets simpels. Vraag bijvoorbeeld waar z’n favoriete speelgoed is.
5) Overmatig huilen
Alle kinderen huilen en eigenlijk altijd om een reden. Naast dat er echt iets is, huilen ze vaak om aandacht. Als je peuter overmatig huilt, besteed hier dan aandacht aan. Het huilen heeft dan een achterliggende, diepere reden. Het is belangrijker te weten waarom je kind huilt, dan het proberen te stoppen.
Wat te doen?
Vraag aan je peuter wat er is en neem het antwoord altijd serieus hoe gek het jou ook in de oren klinkt. De belevingswereld van je kind is erg anders dan die van jou. Als je denkt dat je kind zich vaak verdrietig of bang voelt, voel dan met hem mee. Kijk ook of je kind geen pijn heeft, doordat hij vaak aan z’n hoofd of buik zit als hij huilt.
6) Slaan en bijten
Peuters hebben hun emoties nog lang niet onder controle. Zo kan het ook zomaar voorkomen dat je kind, tijdens een uitbarsting, gaat slaan of bijten.
Wat te doen?
Maak hem meteen duidelijk dat je zijn gedrag niet accepteert. Wees streng maar gebruik nooit zelf geweld. Probeer een time-out en leg hem uit waarom hij deze krijgt. Vertel hem na deze time-out dat je van hem houdt en dat je trots op hem bent als hij niet slaat of bijt.
7) Alles zelf doen
Je peuter voelt zichzelf al heel groot en wil graag alles zelf doen. Moet je hem zijn gang maar laten gaan of bijsturen?
Wat te doen?
Gebruik je gezonde verstand. Je weet zelf het beste of je kind iets alleen kan of niet. Zorg dat je in de buurt bent om te helpen, maar neem hem niet alles uit handen. Dit zorgt bij je peuter voor frustratie, waardoor jij met een driftbui zit. Als iets gevaarlijk is, zeg je duidelijk ‘nee’, want veiligheid gaat altijd voor.
Abonneren op:
Posts (Atom)